18e eeuwse Beschuitkoek

Met de feestdagen achter de rug (onze kerstboom is helaas alweer opgeruimd), is er eindelijk weer tijd om nieuwe historische receptjes uit te proberen! Omdat onze koelkast nog vol staat met allerlei lekkers wat nog op moet worden gemaakt, wilde ik een recept proberen met ingrediënten die al in de kast stonden. In het boek De Nieuwe, Welervarene Utrechtsche Keuken-Meid uit 1771, die mijn moeder mij onlangs heeft gegeven, stond een receptje voor beschuitkoek. Ik had nog wel een rol beschuiten staan en het recept klonk lekker makkelijk. Ik heb het dan ook in 40 minuten kunnen maken!

Benodigdheden:
-5 beschuiten
-100 gram boter
-100 gram (riet)suiker
-4 eieren
-30 gram amandelen
en/of
-Rozijnen/krenten
-Nootmuskaat
-Kaneel
-Mespuntje zout
-Scheutje melk
-Eventueel rozenwater

Het recept is heel simpel. Het voordeel van de iets recentere recepten is dat ze wat duidelijkere instructies geven. Dat voorkwam in mijn geval een heleboel gegok en rommel.

‘Beschuit-koek met Amandelen, hoe te bakken
Neem 6 beschuiten, stoot ze klein, en maakt ze met wat zoete melk nat; doe ‘er 6 klein geklopte eijeren, met een groote hand vol gestoote Amandelen met wat roosewater, wat gereve nootmuscaat, suiker, gestoote kaneel, en een kommetje gesmolte boter by, en meng het wel door een; smeer dan een Taartepan met boter, en bestrooi ze met gestoote beschuit; dan het beslag daar in gedaan, gestoote beschuit daar over gestrooid, en met onder en boven wat vuur latende gaar bakken. Men kan ook Krenten in plaats van Amandelen nemen.’

Ah, wat een opluchting zo’n recept! De verhoudingen zijn in ieder geval ìets duidelijker dan bij de middeleeuwse custardtaart. Omdat ik niet meer zoveel beschuiten had, heb ik het recept gemaakt met 5 beschuiten, waarvan 4 door het beslag en 1 als strooisel voor onder en boven het beslag. De tijd voor de oven en de hoeveelheid suiker moest ik wel zelf bedenken, en dit is met wat trial-and-error tot de bovengenoemde hoeveelheden gekomen. Minder kan ook als je geen zoetekauw bent! Uit dit recept kwam een heerlijke luchtige winterse koek. Lekker bij de zondagse koffie! De smaak doet denken aan die voorkomen in een kerststol of broodpap.

Stappenplan


Om het taartje te bakken heb ik het recept vrij letterlijk gevolgd. Hieronder zet ik het in stappen uiteen.
1: Verpoeder 4 beschuiten in een kommetje, houd één apart. Klop de vier eieren in een apart kommetje los. Smelt 100 gram boter in een pannetje op het vuur.
2: Neem 30 gram amandelen en hak deze fijn. Laat eventueel weken in een beetje rozenwater. De amandelen kunnen ook vervangen worden door rozijnen of krenten. Je kunt er ook voor kiezen om het er allebei in te doen.
3: Schenk een scheutje melk bij de beschuitkruimels. Meng de eieren er doorheen en voeg de boter en suiker toe.
4: Voeg de amandelen en eventuele rozijnen of krenten toe. Roer ook het mespuntje zout, een beetje nootmuskaat en kaneel er doorheen.
5: Bak 20-25 minuten in de oven op 160 graden. Eet smakelijk!

Meer leuke recepten uit dit boek? Zie De Nieuwe, Welervarene Utrechtsche Keuken-meid, editie door P. M. Landwehr, 2007.

Laat een reactie achter